Patrice Toye Patrice Toye © Kris Dewitte

Patrice Toye behaalde het diploma filmregie aan de Sint-Lukas Hogeschool Brussel in 1990. Zij maakte diverse kortfilms, documentaires en televisieprogramma’s.

Haar debuutfilm Rosie, uitgebracht in 1998, werd international toegejuicht, zowel door het publiek als door de kritiek. De film werd o.m. uitgebracht in de USA, Frankrijk en Japan en werd geselecteerd en bekroond op tal van internationale filmfestivals.
In 2005 maakte zij de televisiefilm Gezocht: man, die ook werd voorgesteld op het Internationaal Filmfestival Rotterdam.

Haar tweede speelfilm, (N)iemand, die op dit ogenblik in postproductie is, werd reeds bekroond met de NHK International Filmmakers Prize van het Sundance festival en genoot de persoonlijke steun van Wim Wenders.

FILMS ALS REGISSEUR
Speelfilms

1998 ROSIE
Verkocht aan 12 landen: USA, Japan, Italië, Mexico, Frankrijk, Duitsland, Nederland en alle Scandinavische landen.
Filmfestivalselecties: Toronto, Berlijn, Valladolid, Thessaloniki, Gent, Vancouver, New York, Angers, Mulhouse, Bergamo, Sotsji, Helsinki, Edinburgh, Montreal
Prijzen en bekroningen :

  1. Beste regie, International Filmfestival van Vlaanderen – Gent, België 1998
  2. André Cavens Prijs van de Unie van de filmkritiek, België 1998
  3. Beste Actrice, Filmfestival “Premiers Plans” Angers, Frankrijk 1999
  4. Beste film van het jaar, prijs van de kritiek, Noorwegen 1999
  5. Beste regisseur van het jaar, prijs van de kritiek, Noorwegen 1999
  6. Beste film van het jaar, Filmfestival van Mulhouse, Frankrijk 1999
  7. Publieksprijs, Bergamo Film Festival, Italië 1999
  8. New Director’s Award, Seattle Film Festival, USA 1999
  9. Prijs voor beste film, European Film Festival Ludwigsburg, Duitsland 1999
  10. Joseph Plateauprijzen (Nationale filmprijzen voor België) 1999 voor Beste Actrice, Beste Regisseur en Beste Film.

Televisiefilms

2005 GEZOCHT : MAN
Film voor televisiezender Teleac (NL)
Geselecteerd op het Rotterdam International Film Festival 2005
1997 L’AMANT DE MAMAN
Film voor televisiefilmcyclus Lolamoviola (NL-B)

Kortfilms

1992 VROUWEN WILLEN TROUWEN
Joseph Plateau Prijs voor beste Belgische kortfilm 1993
1992 ALTIJD ANDER WATER

FILMS ALS SCENARIOSCHRIJVER

2006 HET LENTERITUEEL (THE SPRING RITUAL) met schrijver Bjørn Olaf Johannessen
Sundance / NHK International Filmmaker’s Award
Thans uitgebracht als (N)IEMAND

2005 TIN SOLDIER
Scenario voor een speelfilm naar het boek van Gustav Herling, met de steun van de gebroeders Dardenne.

Tussen Rosie en (N)iemand ligt een lange periode. Heeft dit met productionele redenen te maken of wou je bewust wat rust, een rijpingsproces, zeg maar?
Ik heb vooral geleefd, heb fijne dochters gekregen waar ik veel tijd wou mee doorbrengen, keuzes moeten maken, veel geleerd en dus hopelijk een beetje wijzer geworden (lacht). Ik heb tussendoor wel wat kleinere projecten geregisseerd.
Maar er is natuurlijk meer: Rosie werd in der tijd enthousiast ontvangen en ik vreesde de competitie met mijn eigen film. Ik wilde mezelf niet herhalen, stortte me op diverse projecten waar twee volwaardige scenario’s uit voortvloeiden maar uiteindelijk kwamen die niet van de grond. En toen leerde ik op een scenarioworkshop Bjørn Olaf Johannessen kennen wiens visie en ideeën me genoeg uitdaagden om samen aan een scenario te gaan schrijven, wat uitmondde in (N)iemand. We wonnen met ons project onverwachts de Sundance NHK award voor Europa. En alles kwam in een stroomversnelling. Er geraakten voldoende financiers, waaronder het Vlaams Audiovisueel Fonds, maar ook het Franstalig-Belgische, Nederlandse en Noorse filmfonds geïnteresseerd. Inmiddels ligt (N)iemand trouwens al weer achter me en heb ik genoeg ideeën om snel aan de slag te gaan met iets nieuws. Wees gerust, of gewaarschuwd (lacht) het gaat nu geen jaren meer duren.
Rosie en (N)iemand zijn in alle opzichten radicaal anders.  Van toon, van verhaal.
Daar zijn twee redenen voor. Rosie was echt mijn eigen kindje, kwam letterlijk uit mezelf. Bij (N)iemand krijg je ook een andere blik van de co-scenarist, die ook de bedenker was van het oorspronkelijke verhaal. Björn is een Noor en ik vond het fascinerend te zien hoe kurkdroog zijn humor was, hoe conceptueel hij dacht. Helemaal anders dan hoe ik in elkaar zit. Ik ben nogal impulsief en hij leunde dan achterover en kon erg goed beschouwend over het verhaal reflecteren. Ik vertrok vanuit de personages terwijl hij in verhaallijnen & metaforen dacht. Dit gaf een boeiend spanningsveld dat me verplichtte om verder te kijken dan mijn bekende terrein. Wat ook meespeelde was dat ik absoluut geen Rosie, de sequel wou vertellen. Niet in verhaal, niet in vorm. Ik las laatst een uitspraak van Pablo Picasso die stelde dat het de plicht was van elke kunstenaar om zichzelf radicaal te vernieuwen en zijn grenzen te verleggen. Ik kan me daarin vinden, al denk ik wel dat er doorheen alle thematische en stilistische zoektochten ook iets heel persoonlijks moet overblijven. In de reclamewereld zouden ze over je DNA spreken, figuurlijk dan. Maar het is te gemakkelijk om hetzelfde kunstje te herhalen. Ik sta nog steeds voor 100% achter Rosie maar wat ik hoop is dat deze film nadat je hem gezien hebt, je op een andere manier ook nog lang bezig houdt. Het opzoeken van de grenzen van mijn filmtaal en de samenwerking met andere temperamenten zoals Bjørn Olaf heeft me zeer veel geleerd over mezelf als mens en als cineaste. 
Het thema is existentieel en pijnlijk herkenbaar.  
Confronterend ook. In de preproductiefase reageerde iedereen hetzelfde toen ze de synopsis hoorden: “Dààr heb ik ook al over gefantaseerd, om een nieuw leven te beginnen als ik zulks kon”. Enfin, iedereen ouder dan dertig (lacht). Tja… hoe ga je daarmee om? De ene krijgt een midlife crisis, de andere leert ermee omgaan en mijn hoofdkarakter stapt er gewoon uit, doet het. Weet je, ik vind het niet erg om ouder te worden maar wel dat je dan minder opties hebt. Het pad versmalt. Je wordt je sterker bewust van je sterfelijkheid. Je begint je vragen te stellen.  Is het dit maar? Waarom is alles zo banaal?  Hoe zou het zijn als …?. zit daar in je mooie huis met je fantastische vrouw of perfecte Je man en dat is het dan. Volgens de normen en waarden van de maatschappij is onze hoofdpersoon geslaagd in het leven. Maar Tomas verlangt meer, zoekt een andere soort harmonie met zijn bestaan. Hij wil herleven. Dat is wat me zo aansprak in heel het idee van het verhaal en waarom ik er ook mee wou aan schrijven… waarschijnlijk om het eens uit te proberen zonder mijn eigen leven op zijn kop te moeten zetten (lacht). Maar ik hoop dat het ook omgekeerd werkt. Tomas krijgt zijn vrijheid maar beseft dat zijn persoonlijke drang haaks staat op het geluk van zijn naasten. Meer nog, hij vindt het nieuwe geluk niet, daar waar hij het zocht. Zelf denk ik dat je niet altijd naar de andere kant van de heuvel moet rennen om een oplossing te zoeken voor je problemen of je vastgeroeste leven, al is dit geenszins de expliciete moraal die ik aan dit verhaal wil ophangen. Het mag dan wat ouderwets klinken maar ‘Tel je zegeningen’ vind ik, zo nu en dan, helemaal niet overbodig. Maar het moet ook blijven kriebelen. De drang naar het Andere is een belangrijke motor om jezelf te blijven in vraag stellen en heruit te vinden. Die ambiguïteit is wat het allemaal zo complex én opwindend maakt, wat ons, midlife criminals, soms zo’n rare bokkensprongen doet maken.
Je werkte opnieuw met Frank Vercruyssen en Sara De Roo. Is het enkel omdat beiden schitterende acteurs zijn en perfect gecast of speelt het vertrouwen mee? Zoals R.W. Fassbinder ook steeds terugviel op zijn ensemble?
Ik denk dat ik dat element van vertrouwen zeer zeker heb laten meespelen. Ik voel me goed bij Frank en Sara. We legden samen ook al een heel lang parcours af. Ik weet wat ze in die vele jaren allemaal meegemaakt hebben en zij weten hetzelfde van mij. Dat schept een enorme band. We kunnen erg eerlijk tegen elkaar zijn zonder dat het agressief of vreemd overkomt. Een half woord is genoeg. Ik begrijp perfect waarom R.W. Fassbinder met een zelfde ensemble werkte. Maar los daarvan zijn Frank & Sara ook steengoede acteurs. Voor mij waren ze de gedroomde cast voor deze rollen. Hadden ze naar mijn gevoel niet in de film gepast, zou ik ze uiteraard niet gevraagd hebben.
Bij het personage dat Frank speelt vraag je wel wat van de kijker. Niet alleen draait het hele verhaal rond die ene egocentrische beslissing waar je je als kijker al dan niet kan mee identificeren maar de figuur zèlf roept door zijn dwarsigheid niet direct veel empathie op…
We hebben risico’s genomen, het lef gehad om niet evidente of brave keuzes te maken. We hebben bewust de grens gezocht van hoever een antiheld kan gaan. Dat vind ik juist spannend en ook nodig voor het derde ‘hoofdstuk’ van het verhaal. Daar komt hij tot een besef of loutering waardoor je, denk ik, juist wel sympathie of toch begrip kan opbrengen voor de keuze die hij maakte. Ook zijn manier van acteren blijft zo konsekwent sober dat het stilaan aandoenlijk wordt.
Precies. Een beetje dead pan zoals Buster Keaton zijn karakters neerzette. Je kiest ook bewust met Frank voor een droog komische toonzetting in de openingsscène. Een soort gebruiksaanwijzing verpakt als sketch…
Het is een soort bril die je opzet, een voorbode waardoor je al wat erna gebeurt begrijpt. Je hoeft het er niet mee eens te zijn maar je snapt wel zijn beklemming. Het is ook een tergend lange scène die het verhaal langzaam op gang brengt, een dieselmotor zeg maar. Eerst rustig laten warmlopen om dan op volle kracht je doel te bereiken.

De fotografie van de film wijkt erg af van wat je tegenwoordig in veel films ziet, en wat je ook in Rosie gebruikte: het dicht op de huid zitten van je karakters.
Absoluut. De cameravoering werd bewust veel strakker gehouden, wat meer aansluit bij het droog absurdistische verhaal. We hadden het daar steeds over: “it must be one piece of wood”. Niet alleen in het scenario maar ook in de verbeelding ervan, in de uitwerking. Tijdens de voorbereiding van deze film, ging ik klassiekers herkijken als Antonioni die ik erg bewonder –overigens zonder me met de meester te willen vergelijken.   
Hier opteer je om met tableaus te werken. Weidse landschappen of palmbomen die helemaal niet paradijselijk ogen…
Dat is ook zo. Het idee was om de landschappen ook iets te laten vertellen. Niet alleen met close ups drama te creëren maar letterlijk afstand te nemen. In die zin wilden Richard (van Oosterhout / cameraman) en ik de ruimte/landschappen ook een dramatische rol laten spelen. De suburbs moesten een andere associatie oproepen dan gewoonlijk, en een palmboom mocht er zo min mogelijk exotisch uitzien. Al het gebruikelijke werd omgekeerd.
Heb je om die reden ook bij momenten droomscènes ingebouwd? Wou je een soort parallelle wereld suggereren?
Heel subtiel mag ik hopen. Ik zat in die periode ook erg in de literatuur van Murakami waarin ook van die levensvragen vervat zitten…  Een man die zijn vrouw gaat zoeken en niet alleen in allerlei vreemde situaties terecht komt maar zelfs in een wereld van metaforen belandt. Je vraagt je als lezer voortdurend af of iets echt is of ergens symbool voor staat. Dat spreekt me erg aan. In de film wou ik ook dat die scènes in elkaar overvloeiden en niet dat je voelde dat het om een droom ging of dat je een surreële zijweg insloeg. Het is één verhaal maar het is niet eenduidig. Ik kijk ook op die manier naar de wereld. Beelden en situaties die ik bedenk, vind ik even waarachtig als de realiteit. Maar in de film zijn het ook existentiële uitstapjes. Eindelijk iemand die de protagonist benoemt “U bent een bijzondere man” en de vaststelling maakt dat hem net iets is overkomen…
Dat is toch wat we allemaal willen, een zielsgenoot die aan een blik genoeg heeft om je te doorgronden. 
Interview door Jos Vandenbergh

2008 Linkeroever van Pieter Van Hees
2008 De smaak van de Keyser van Jan Matthys & Frank Van Passel
2006 Koning van de Wereld van Guido Henderickx (TV-serie)
2004 Guernsey van Nanouk Leopold
2003 Matroesjka’s van Marc Punt (TV-serie)
2002 Any way The Wind Blows van Tom Barman
2000 Penalty van Pieter van Hees, Villa des roses van Frank Van Passel
1998 Rosie van Patrice Toye
1996 Alles moet weg van Jan Verheyen
1994 Le Songe van Ursula Meier, Manneken Pis van Frank Van Passel
1992 Just Friends van Marc-Henri Wajnberg, Vrouwen willen trouwen van Patrice Toye (kortfilm)
1991 Daens van Stijn Coninx

Toneelspelersgezelschap tg STAN werd opgericht door het acteurskwartet dat in 1989 samen afstudeerde aan het Antwerps Conservatorium, met name Jolente De Keersmaeker, Damiaan De Schrijver, Waas Gramser en Frank Vercruyssen.

2006 De Parelvissers van An Beyers (TV-serie)
2004 Cologne van Kaat Beels (kortfilm)
2003 Jozefien van Joël Vanhoebrouck (kortfilm)
2000 Bruxelles Mon Amour van Kaat Beels
1998 Rosie van Patrice Toye
1994 Het Verdriet van België van Claude Goretta, (TV-film)
1993 Bekentenissen van Dorothée Van den Berghe (kortfilm)

Sara De Roo is tevens een van de kernleden van toneelgezelschap tg STAN.

Het werk van de Noorse scenarist Bjørn Olaf Johannessen omvat toneelstukken en scenario’s voor korte en lange speelfilms. Zijn eerste film, Kjøter (2006), geregisseerd door Marius Holst, won diverse prijzen, waaronder die voor beste scenario op het nationale Noorse Kortfilmfestival. Het scenario voor (N)iemand (aanvankelijk Spring Ritual) kreeg in 2006 de Sundance NHK International Filmmakers Award. Johannessen was ook een van de coauteurs van Marius Holsts film Mirush (2007) en is op dit ogenblik bezig aan een filmadaptatie van de international gelauwerde roman Ut og stjæle hester (Paarden stelen) van Per Petterson uit 2003, voor dezelfde regisseur. Johannessen genoot een opleiding als scheepswerktuigkundige en hij was verscheidene jaren wetenschappelijk onderzoeker en ontwikkelaar van milieutechnologie. Thans is hij fulltime actief als film- en theaterauteur.